Datalogic Impact systeem kiezen: P2X/P3X smart camera of MX-E vision processor?
Eén Impact-platform voor machinebouwers, integrators en eindgebruikers
Wie een Datalogic Impact systeem samenstelt, kiest eerst de juiste systeemarchitectuur. Eén inspectiepunt kan vaak efficiënt worden opgelost met een P2X of P3X smart camera. Bij meerdere inspectieposities, line-scan, hogere resolutie of centrale PLC-communicatie wordt een MX-E vision processor meestal de logischere opbouw. Het sterke punt van Datalogic Impact is dat beide routes binnen hetzelfde softwareplatform blijven. De P2X- en P3X-smart camera’s draaien met dezelfde Impact-omgeving als de MX-E vision processors, zoals de MX-E25, MX-E45 en MX-E90.
Voor machinebouwers en integrators betekent dit dat dezelfde Impact-kennis bruikbaar blijft bij verschillende machine-opbouwen. Een compacte machine kan worden uitgevoerd met een P2X of P3X smart camera, terwijl een uitgebreidere uitvoering met meerdere inspectieposities kan worden opgebouwd rond een MX-E processor. De engineer blijft werken met dezelfde Impact-tools, dezelfde configuratielogica en dezelfde manier van testen en diagnosticeren. Die standaardisatie is ook de reden waarom wij Datalogic Impact training binnen de Machine Vision Academy combineren met praktische keuzes rond camera, objectief, belichting, triggering en PLC-communicatie.
Voor eindgebruikers die zelf met Datalogic Impact aan de slag willen, is die herkenbaarheid minstens zo belangrijk. Operators hoeven niet voor elke inspectiecel een andere bediening te leren. Monteurs herkennen dezelfde diagnoseomgeving. Engineers kunnen dezelfde manier van configureren gebruiken bij een compacte smart camera en bij een high-end MX-E systeem. Dat verlaagt de trainingslast en maakt het eenvoudiger om vision-kennis intern op te bouwen.
Impact werkt met configureerbare drag-and-drop tools. Een inspectie wordt opgebouwd door tools te plaatsen, parameters in te stellen, resultaten te koppelen en communicatie met de machine te configureren. Er is dus geen klassieke softwareprogrammeerkennis nodig zoals bij een volledig zelfgeschreven vision-applicatie. De technische kwaliteit van de inspectie wordt bepaald door de combinatie van camera, objectief, belichting, triggering, verwerking en PLC-communicatie. Impact maakt de inspectie configureerbaar, maar de meetzekerheid ontstaat pas wanneer deze onderdelen als één systeem zijn ontworpen.
Op de pagina over Datalogic Impact machine vision software wordt de softwareomgeving verder toegelicht. Deze pagina richt zich op de systeemkeuze rondom Datalogic Impact: wanneer past een P2X of P3X smart camera, wanneer wordt een MX-E processor logischer en welke componenten bepalen samen of de inspectie in productie betrouwbaar werkt.
Datalogic Impact smart camera of MX-E processor: kies vanuit de inspectieposities
Een Datalogic P2X of P3X smart camera is logisch wanneer één inspectiepunt zelfstandig kan werken. Sensor, processor, communicatie en eventueel verlichting zitten in één compacte behuizing. Dat houdt de mechanische en elektrische integratie overzichtelijk. De camera wordt direct bij het product gemonteerd, verwerkt lokaal het beeld en communiceert het resultaat met de machine. Voor aanwezigheidscontrole, labelcontrole, codecontrole of eenvoudige maat- en positiecontrole kan dat een zeer efficiënte opbouw zijn.
Een Datalogic MX-E systeem wordt interessant zodra de machine meerdere inspectieposities heeft of wanneer de inspectietaak meer vrijheid vraagt in camerakeuze, belichting en verwerking. De MX-E processor wordt meestal in of nabij de schakelkast geplaatst. De GigE-camera’s worden bij de inspectieposities gemonteerd. Daardoor kan per positie worden gekozen welke camera, lens en belichting nodig zijn. De ene positie kan een snelle monochrome camera nodig hebben, terwijl een andere positie hogere resolutie, kleurinformatie of line-scan vraagt. De verwerking, diagnose, receptstructuur en PLC-communicatie blijven centraal in dezelfde Impact-omgeving.
Vanaf twee inspectieposities is een Datalogic MX-E systeem vaak ook economisch interessant. Meerdere losse smart camera’s hebben elk hun eigen processor, behuizing, aansluitstructuur, configuratie en onderhoudspunt. Bij een MX-E systeem worden meerdere GigE-camera’s centraal verwerkt op één industriële vision processor. De camera’s zijn dan vooral beeldopnemers, terwijl softwarebeheer, diagnose en communicatie centraal blijven. Dat kan de totale systeemopbouw overzichtelijker maken, vooral wanneer de inspectiepunten binnen dezelfde machine of hetzelfde deel van de productielijn functioneren.
De keuze moet daarom niet alleen op de prijs van één camera worden gemaakt. Bij meerdere inspectieposities tellen ook bekabeling, reservedelen, training, diagnose, PLC-koppeling, receptbeheer en toekomstige uitbreiding mee. Een Datalogic P2X of P3X is sterk voor een compact en zelfstandig inspectiepunt. Een Datalogic MX-E25, MX-E45 of MX-E90 past beter wanneer meerdere camera’s, centrale verwerking, line-scan of uitbreidbaarheid belangrijk worden.
Datalogic MX-E25, MX-E45 en MX-E90 als centrale vision processors
De Datalogic MX-E serie bestaat uit industriële vision processors waarop Impact draait en waarop externe GigE-camera’s worden aangesloten. De MX-E25 is bedoeld voor compacte systemen met maximaal twee camera’s. De MX-E45 ondersteunt maximaal vier camera’s en biedt meer prestatieruimte voor industriële multi-camera toepassingen. De MX-E90 is bedoeld voor zwaardere systemen met hogere resolutie, hogere snelheid, line-scan of meerdere inspectiepunten en kan, afhankelijk van de uitvoering, tot acht PoE GigE-camera’s ondersteunen. De MX-E serie ondersteunt daarnaast industriële communicatie zoals EtherNet/IP, Profinet, Modbus TCP en OPC, waardoor OK/NOK-signalen, meetwaarden, statusinformatie en receptgegevens met de PLC kunnen worden uitgewisseld.
| MX-E model | Typische rol in het Impact-systeem | Camera-opbouw | Technische toepassing |
|---|---|---|---|
| MX-E25 | Compact Datalogic Impact systeem | Tot 2 GigE/PoE-camera’s | Voor kleine multi-camera systemen en overzichtelijke inspectietaken |
| MX-E45 | Industriële multi-camera processor | Tot 4 GigE/PoE-camera’s | Voor meerdere inspectiepunten met meer verwerkingsmarge |
| MX-E90 | High-performance Impact processor | Tot 8 GigE/PoE-camera’s | Voor hoge resolutie, line-scan, hogere snelheid en uitgebreide PLC-integratie |
Het juiste MX-E model wordt niet alleen bepaald door het aantal camera’s. Resolutie, framerate, inspectietijd, toolcomplexiteit en communicatietiming bepalen samen hoeveel verwerkingsruimte nodig is. Twee hoge-resolutie camera’s met uitgebreide inspectietools kunnen meer processorbelasting geven dan vier eenvoudige camera’s met lage resolutie. Bij line-scan toepassingen ontstaat de belasting weer anders, omdat een hoge line rate een continue datastroom veroorzaakt die synchroon met encoderinformatie en PLC-resultaten moet worden verwerkt.
Bij een MX-E systeem moet de industriële integratie direct worden meegenomen in de hardwarekeuze. De processor staat meestal in of bij de schakelkast, terwijl de camera’s, verlichting en triggers op de machine worden gemonteerd. Daardoor worden kabellengtes, PoE-voeding, trigger/strobe-signalen, PLC-interface en servicebereikbaarheid onderdeel van dezelfde systeemarchitectuur. Een goed MX-E systeem bestaat dus niet alleen uit een processor en camera’s, maar uit een complete configuratie met objectieven, verlichting, bekabeling, I/O en industriële communicatie.
GigE-camera’s op MX-E: resolutie, shutter en kleurkeuze
Op de MX-E serie worden externe GigE-camera’s aangesloten. In een industriële machine is compatibiliteit belangrijker dan theoretische vrijheid. Camera discovery, PoE-gedrag, triggerlijnen, strobe-uitgangen, firmware en Impact-ondersteuning bepalen hoe snel een systeem kan worden gebouwd, getest en onderhouden. Daarom ligt het bij Datalogic MX-E systemen voor de hand om Datalogic M- en E-serie camera’s te gebruiken wanneer de toepassing dat toelaat.
De meest gebruikte area-scan camera’s dekken een praktisch bereik van VGA tot 5 MP, in grijswaarde en kleur. Monochroom is meestal de beste keuze voor vorm, positie, aanwezigheid, contrast en maatcontrole. De camera registreert dan direct intensiteitsinformatie, wat vaak gunstig is voor stabiele drempelwaarden, randdetectie en metingen. Kleur is nodig wanneer het inspectiecriterium werkelijk op kleurverschil gebaseerd is, bijvoorbeeld bij labelcontrole, productvariantcontrole of controle op gekleurde onderdelen.
| Grijswaarde model | Kleurmodel | Resolutie | Sensor | Shutter | Max. framerate | Typische toepassing |
|---|---|---|---|---|---|---|
| E101 | E101C | 640 × 480 | 1/4” CMOS | Global | 376 fps | Snelle aanwezigheidscontrole, positionering of eenvoudige detectie |
| E151 | E151C | 1280 × 1024 | 1/2” CMOS | Global | 88 fps | Algemene inspectie met goede balans tussen snelheid en detail |
| E181 | E181C | 1920 × 1200 | 2/3” CMOS | Global | 50 fps | Detailinspectie met global shutter bij bewegende producten |
| M197 | M197C | 2592 × 1944 | 1/2.5” CMOS | Rolling | 14 fps | 5 MP inspectie bij stilstaande of gecontroleerd bewegende producten |
| E198 | E198C | 2448 × 2048 | 2/3” CMOS | Global | 23 fps | 5 MP inspectie waar beweging en geometrie kritisch zijn |
De shutterkeuze moet direct worden gekoppeld aan productbeweging en belichting. Bij global shutter worden alle pixels op hetzelfde moment belicht. Dat is gunstig bij transportbeweging, vibratie of korte flitsbelichting. Rolling shutter kan goed werken wanneer het product stilstaat of gecontroleerd beweegt, maar is minder geschikt wanneer beweging tijdens de opname geometrische vervorming kan veroorzaken. De juiste camera volgt dus uit de combinatie van productbeweging, belichtingstijd, lensvergroting en inspectietolerantie, niet alleen uit het aantal pixels.
Een hogere resolutie levert alleen extra meetinformatie wanneer het machine vision objectief de vereiste objectresolutie haalt over het volledige inspectieveld. De lens, werkafstand, diafragma en scherptediepte bepalen of de extra sensorpixels werkelijk bruikbaar zijn. Wanneer het product buiten de scherptediepte beweegt, de optiek aan de rand van het beeldveld detail verliest of de belichtingstijd motion blur veroorzaakt, ontstaat een groter beeldbestand zonder hogere meetzekerheid. Daarom moet de camerakeuze altijd samen met machine vision verlichting en objectiefkeuze worden gemaakt.
Datalogic line-scan camera’s voor MX-E systemen
Line-scan camera’s worden gebruikt wanneer het product continu beweegt, zeer lang is of rondom een cilindrisch object moet worden geïnspecteerd. De camera neemt geen volledig beeld in één keer op, maar bouwt het beeld regel voor regel op terwijl het product beweegt. De beeldgeometrie wordt daardoor bepaald door line rate, objectsnelheid, encoderresolutie en lensvergroting. Een line-scan toepassing is daarom altijd een systeem van camera, mechanica, encoder, lens, verlichting en verwerking.
| Line-scan model | Resolutie | Max. line rate | Pixelgrootte | Lensmount opties | Typische toepassing |
|---|---|---|---|---|---|
| M565 | 2048 pixels | 51 kHz | 7 µm × 7 µm | C, F, M42 | Snelle inspectie van smallere webbreedtes |
| M570 | 4096 pixels | 26 kHz | 7 µm × 7 µm | F, M42 | Print-, folie- of materiaalinspectie met hogere resolutie |
| M575 | 6144 pixels | 17 kHz | 7 µm × 7 µm | F, M42 | Brede banen waar detail belangrijker wordt dan maximale snelheid |
| M580 | 8192 pixels | 12 kHz | 3,5 µm × 3,5 µm | F, M42 | Zeer hoge resolutie over grote breedte met hoge optische eisen |
Bij line-scan bepaalt de line rate hoeveel belichtingstijd per beeldlijn beschikbaar is. Een hogere line rate vraagt kortere belichting en dus meer lichtvermogen. Bij kleinere pixels, zoals bij een 8K-camera met 3,5 µm pixels, wordt de combinatie van lenskwaliteit en lijnverlichting nog belangrijker. De lens moet de vereiste objectresolutie leveren over de volledige sensorbreedte, terwijl de verlichting elke lijn met vergelijkbaar contrast moet vastleggen.
Line-scan toepassingen passen goed bij een Datalogic MX-E45 of MX-E90 architectuur. De processor ontvangt de datastroom, voert de inspectie uit, koppelt resultaten aan productpositie en communiceert met de PLC. Wanneer later extra inspectiezones worden toegevoegd, blijft dezelfde Impact-omgeving beschikbaar en kan de systeemarchitectuur worden uitgebreid zonder naar een ander softwareplatform te gaan.
Datalogic P2X smart camera’s voor compacte inspectiepunten
De Datalogic P2X-serie is bedoeld voor compacte inspectiepunten waar camera, processor, lens en optionele verlichting in één smart camera kunnen worden gecombineerd. De serie is beschikbaar met qHD-resolutie en 2 MP-resolutie, beide in monochroom en kleur. De qHD-modellen gebruiken grotere pixels van 5,6 µm, terwijl de 2 MP-modellen kleinere pixels van 2,8 µm gebruiken. Dat verschil beïnvloedt de balans tussen detail, belichtingstijd en lichtbehoefte.
| P2X uitvoering | Resolutie | Mono/kleur | Pixelgrootte | Sensorframerate | Lensopties |
|---|---|---|---|---|---|
| P20M | qHD | Monochroom | 5,6 µm | 60 fps | Micro-video of C-mount |
| P20C | qHD | Kleur | 5,6 µm | 60 fps | Micro-video of C-mount |
| P22M | 2 MP | Monochroom | 2,8 µm | 60 fps | Micro-video of C-mount |
| P22C | 2 MP | Kleur | 2,8 µm | 60 fps | Micro-video of C-mount |
De P2X kan worden samengesteld met micro-video lenzen of met C-mount optiek. Micro-video is compact en praktisch wanneer werkafstand en beeldveld binnen standaardgrenzen vallen. C-mount wordt interessant wanneer de optische eisen hoger zijn, bijvoorbeeld bij maatcontrole, kleine details, grotere werkafstanden of wanneer een telecentrisch objectief nodig is om perspectieffouten te beperken. De software kan alleen stabiel meten wanneer de benodigde informatie optisch goed op de sensor terechtkomt.
De geïntegreerde verlichting is beschikbaar in compacte en krachtigere uitvoeringen, met lichtkleuren zoals wit, rood, infrarood en blauw. De keuze voor lichtkleur en lichtgeometrie hangt af van materiaal, oppervlak en inspectiedoel. Rood licht is vaak sterk voor monochrome contrasttaken, blauw licht kan oppervlaktedetails accentueren, infrarood kan kleurverschillen onderdrukken en wit licht is logisch wanneer kleurinformatie nodig is. Bij glanzende oppervlakken, reliëf, folies of krasdetectie kan externe verlichting beter passen, omdat reflecties, schaduwen of strijklicht dan gecontroleerder kunnen worden gebruikt.
Voor P2X-systemen is de CBX-aansluitbox vaak een praktisch onderdeel van de systeemopbouw. Voeding, trigger, outputs, afscherming en servicevriendelijke bekabeling worden daarmee overzichtelijk aangesloten. Dat maakt de installatie reproduceerbaar en eenvoudiger te onderhouden, vooral wanneer dezelfde inspectieopbouw in meerdere machines wordt toegepast.
Datalogic P3X smart camera’s wanneer meer resolutie nodig is
De Datalogic P3X-serie bouwt voort op dezelfde smart-camera architectuur en voegt onder andere 5 MP-uitvoeringen toe. Daardoor is de P3X interessant wanneer één compact inspectiepunt behouden moet blijven, maar meer resolutie of meer verwerkingsmarge gewenst is. De P3X is beschikbaar in qHD, 2 MP en 5 MP, in monochroom en kleur. De framerate verschilt per resolutie en kleuruitvoering, waardoor de systeemkeuze opnieuw wordt bepaald door detail, snelheid en licht.
| P3X uitvoering | Resolutie | Mono/kleur | Max. framerate | Lensmount |
|---|---|---|---|---|
| P30M | 960 × 540 | Monochroom | 120 fps | Micro-video of C-mount |
| P30C | 960 × 540 | Kleur | 30 fps | Micro-video of C-mount |
| P32M | 1920 × 1080 | Monochroom | 60 fps | Micro-video of C-mount |
| P32C | 1920 × 1080 | Kleur | 30 fps | Micro-video of C-mount |
| P35M | 2560 × 1936 | Monochroom | 26 fps | C-mount |
| P35C | 2560 × 1936 | Kleur | 13 fps | C-mount |
De P3X past bij inspectiepunten waar meer detail nodig is binnen een compacte opbouw, bijvoorbeeld bij codecontrole, labelcontrole, aanwezigheid van meerdere kleine kenmerken of inspectie van grotere beeldvelden. De 5 MP-uitvoering verdeelt hetzelfde beeldveld over meer pixels, waardoor kleinere details zichtbaar kunnen worden. Bij bewegende producten vraagt dat een korte belichtingstijd om motion blur te beperken, waardoor lensopening, verlichting en productafstand belangrijker worden.
Hogere resolutie moet bij de P3X worden gezien als extra meetruimte. Een 5 MP sensor levert extra informatie wanneer de lens de vereiste resolutie op het object haalt over het volledige inspectieveld. De lens, werkafstand, diafragma en scherptediepte bepalen of de extra sensorpixels werkelijk bruikbaar zijn. Wanneer de optiek aan de rand van het beeldveld detail verliest, het product buiten de scherptediepte beweegt of de belichtingstijd motion blur veroorzaakt, ontstaat een groter beeldbestand zonder hogere meetzekerheid. In die situatie kan een 2 MP P3X met passend C-mount objectief en stabiele belichting technisch sterker zijn dan een 5 MP uitvoering waarbij optiek of licht de beperkende factor wordt.
Datalogic Impact communicatie met PLC: 24 V I/O en industriële netwerken
Een Datalogic Impact systeem wordt pas onderdeel van de machine wanneer de communicatie met de PLC goed is ontworpen. Bij eenvoudige toepassingen is 24 V digitale I/O vaak de meest directe koppeling. De PLC geeft een trigger, het vision-systeem geeft busy, ready, OK of NOK terug en de machine kan direct reageren. Dat is overzichtelijk, snel en goed te diagnosticeren.
Wanneer de machine meer informatie nodig heeft, wordt industriële Ethernet-communicatie belangrijk. Meetwaarden, foutcodes, productvarianten, receptnummers en meerdere inspectieresultaten vragen om gestructureerde data-uitwisseling. De MX-E serie ondersteunt EtherNet/IP, Profinet, Modbus TCP en OPC. De P2X ondersteunt via Gigabit Ethernet onder andere TCP/IP, EtherNet/IP, Profinet IO, Modbus TCP en MC protocol. De P3X ondersteunt eveneens EtherNet/IP, Profinet en Modbus TCP.
De communicatiekeuze hoort bij de inspectiecyclus. Trigger, exposure, verwerkingstijd en PLC-handshake bepalen samen de timing van de inspectie. Bij een eenvoudige reject kan discrete I/O voldoende zijn. Bij meerdere meetpunten, receptbeheer of centrale diagnose past Profinet, EtherNet/IP of Modbus TCP beter. Door deze keuze vroeg in de systeemopbouw mee te nemen, sluiten beeldverwerking en machinebesturing logisch op elkaar aan.
Datalogic Impact training en projectbegeleiding via de Machine Vision Academy
Datalogic Impact maakt het mogelijk om inspecties op te bouwen met configureerbare tools. De praktische waarde daarvan wordt groter wanneer engineers niet alleen de software bedienen, maar ook begrijpen waarom een beeld meetbaar of juist instabiel wordt. Cameraresolutie, pixelgrootte, lensvergroting, werkafstand, scherptediepte, belichtingshoek, exposure, triggering en PLC-communicatie bepalen samen hoe betrouwbaar een Impact-tool kan meten.
Binnen de Machine Vision Academy trainen wij machinebouwers, integrators en eindgebruikers hands-on in het toepassen van Datalogic Impact systemen. Daarbij gebruiken we het voordeel van het Datalogic-platform: dezelfde softwareomgeving komt terug op smart camera’s en MX-E vision processors. Een engineer leert dus niet alleen een specifieke camera bedienen, maar leert werken met een platform dat kan meegroeien van een compacte inspectie naar een multi-camera systeem.
De trainingen richten zich op praktische toepassing. Engineers leren hoe Impact-tools worden geplaatst en geconfigureerd, hoe resultaten worden gekoppeld aan PLC-communicatie en hoe beeldkwaliteit wordt beïnvloed door camera, lens en belichting. Wanneer een threshold verandert door productglans, wanneer een meting varieert door scherptediepte of wanneer motion blur ontstaat door te lange exposure, wordt zichtbaar hoe software-instellingen en hardwarekeuze samenhangen. Dat maakt het platform bruikbaar voor engineering, inbedrijfstelling, onderhoud en toekomstige uitbreiding.
Bij nieuwe producten, variabele oppervlakken, hoge snelheid of kleine toleranties kan vision consultancy helpen om de inspectietaak vooraf goed te beoordelen. Dan wordt gekeken naar productvariatie, bewegingsrichting, benodigde objectresolutie, minimale defectgrootte, beschikbare inbouwruimte, omgevingslicht, PLC-architectuur en gewenste foutafhandeling. Op basis daarvan wordt bepaald of een P2X, P3X of MX-E systeem de beste basis vormt.
Van Datalogic Impact componentkeuze naar compleet systeem
Een betrouwbaar Datalogic Impact systeem ontstaat door de onderdelen als één systeem te ontwerpen. Bij een MX-E systeem betekent dat: processor, GigE-camera’s, objectieven, verlichting, kabels, trigger/strobe, 24 V I/O en industriële communicatie. Bij een P2X of P3X betekent dat: smart camera, lenskeuze, geïntegreerde of externe verlichting, filters, CBX-aansluitbox, I/O en PLC-koppeling.
De technische route begint bij de applicatie. Het kleinste detail dat betrouwbaar moet worden gezien bepaalt de benodigde objectresolutie. De productsnelheid bepaalt de toegestane belichtingstijd. De werkafstand en het beeldveld bepalen de lenskeuze. Het oppervlak bepaalt de lichtgeometrie. Het aantal inspectieposities bepaalt of een smart camera of een centrale MX-E processor logischer is. De PLC-interface bepaalt hoe resultaten, statussen en receptgegevens worden uitgewisseld.
De waarde van het Datalogic Impact-platform zit in de combinatie van schaalbaarheid, herkenbaarheid en training. Engineers kunnen dezelfde softwarebasis gebruiken op verschillende hardwarearchitecturen, terwijl operators en monteurs met één herkenbare omgeving blijven werken. Voor machinebouwers, integrators en eindgebruikers die zelf met vision willen werken, biedt dat een duidelijke route: starten met een compact Impact smart camera systeem waar dat past, opschalen naar MX-E wanneer de machine daarom vraagt, en dezelfde softwarekennis blijven gebruiken. In combinatie met hands-on training via de Machine Vision Academy en projectondersteuning bij applicatiebeoordeling ontstaat een ontwerpaanpak die verder gaat dan componentselectie.